Rasstandaard

Murtoi's Dalila

Naam van het ras : Mastin de los Pirineos/ Pyreneese Mastiff

In het land van herkomst : Mastín del Pirineo, Mostín d’Aragon

Gebruik : Bewaking en verdediging. Vroeger werd de MP gebruikt voor het verdedigen tegen roofdieren, met name wolven en beren. Tegenwoordig is hij een uitstekende bewaker voor landgoederen en hun bewoners aangezien hij makkelijk wordt opgeleid.

F.C.I. Classificatie : Groep 2: Pinschers, Schnauzers, Molossers en Zwitserse Sennenhonden.
Sectie 2.2 Molossers van het berghonden type.

Algemene verschijning : Een hond van zeer groot formaat. Harmonieus, extreem krachtig en gespierd. Stevige beenderstructuur. De vacht is niet overdreven lang. Ondanks zijn grootte mag hij niet de indruk wekken zwaar of traag te zijn.

Belangrijke verhoudingen :

•  Goed geproportioneerd en harmonieus. De lengte van het lichaam is nauwelijks langer als de schofthoogte.

•  De verhouding tussen de schedel en de snuit is: 5 : 4.

•  De breedte van de schedel is gelijk aan of iets langer als de lengte.

•  De verhouding van de schofthoogte aan de omtrek van de borst is ongeveer 7 : 10.

Karakter en gedrag : Vriendelijk naar mensen,kalm, edel en heel intelligent, tegelijkertijd moedig en onbevreesd naar vreemden. In zijn gedrag tegenover soortgenoten is hij goedmoedig en zich bewust van zijn eigen kracht. Indien nodig kan hij vechten met een vaardigheid die teruggaat naar honderden jaren vechten tegen wolven. Zijn donkere blaf komt van diep uit zijn borst en is aangenaam welklinkend en zwaar.
Zijn uitdrukking is waakzaam.

Hoofd : Groot, stevig en van gemiddelde lengte. De verhouding tussen de schedel en de snuit is 5 : 4.

De schedel is breed, stevig en van opzij gezien licht gewelfd. De achterhoofdsknobbel is duidelijk zichtbaar. ( De Pyreneese Berghond mist deze zichtbare achterhoofdsknobbel).
De stop heeft een lichte hoek en is weinig duidelijk aangegeven. De snuit is van opzij gezien rechthoekig en bovenaf gezien licht driehoekig.
De snuit is breed bij de aanzet, en wordt naar de neus toe smaller. De neus is omvangrijk en breed, met een zwarte neusspiegel. Zonder te hangen bedekken de bovenlippen, met een duidelijke lipplooi, de onderlippen. Het duidelijk geribbelde gehemelte is zwart.

Gebit: Schaargebit. De tanden zijn wit, sterk en gezond. De grote, puntige hoektanden zijn goed gevormd om te kunnen inbijten. Tamelijk kleine snijtanden. Alle molaren zijn aanwezig, en zijn groot en krachtig.

Ogen: Klein en amandelvormig en hazelnootkleurig. Liefst donker gepigmenteerd. De oogleden zijn zwart en bij
voorkeur in contact met het oog als de hond oplettend kijkt.
Het onderste ooglid laat een klein deel van het bindweefsel zien als de hond in rust is. De blik is oplettend, edel,
symphatiek en intelligent ‘als dat van een dromer’ , maar zeer ernstig tegenover een indringer.

Oren: De oren zijn van gemiddelde grootte. Hangend, driehoekig, vlak en boven de ooglijn aangezet. In rust maken
ze contact met de wangen; bij aandacht worden ze van het gezicht afgedraaid en wordt het bovenste derde deel gedeeltelijk opgericht. Ze mogen niet worden gecoupeerd.

Hals: Kegelvormige, brede, sterke en lenige hals. Losse en ruimzittende huid met de zogenaamde keelkwabben.

Lichaam :

Algemene indruk : Rechthoekig formaat, goed in verhoudingen, extreem krachtig, gespierd, lenig en soepel.

Rug : De ruglijn is horizontaal, ook in beweging. De rug is krachtig gespierd met ronde en geen platte ribben en met een brede ruimte tussen de ribben.

Schoft : de schoft is duidelijk afgetekend.

Lendenen : De lange, brede lendenen gaan krachtig over in de flanken en zijn daarbij minder breed.

Kruis : Het brede, stevige kruis helt 45 graden. De hoogte van het kruis is gelijk aan de schofthoogte.

Borstkas : De borst is breed, diep, gespierd en krachtig. De punt van het sternum ( het borstbeen) is zichtbaar. Een ronde ribbenkast met ruimte tussen de ribben.

Buik : De buik is licht opgetrokken. Diepe liezen, zeer brede flanken.

Staart : Op een gemiddelde hoogte is de staartaanzet zeer stevig. Soepel en overvloedig voorzie van een tamelijk lange en zachte vacht die een prachtige pluim vormt. In rust laag gedragen.
In beweging of bij opwinding wordt de staart sabelvormig omhoog gericht, met aan het einde
een mooie krul. Echter zonder dat de gehele staart is gekruld en over de rug wordt gedragen ( zoals typisch is bij de Pyreneese Berghond). 

 Voorhand: Perfect rechte en ‘stoere’ voorbenen.
Van voren gezien recht en evenwijdig. Goede spieren en pezen. De onderarm is driemaal zo lang als de middenvoet, stevig van beenderstructuur met een rechte en krachtige
middenvoet die bijna in het verlengde van de onderarm staat. De schouders liggen schuin, zijn goed gespierd en veel langer dan de onderarm. Zeer gespierde opperarmen.
De stevige ellebogen sluiten goed aan tegen de borstkas. De hoek tussen schouderblad en bovenarm is circa 100 graden; die tussen bovenarm en onderarm 125 graden.

Perla

Achterhand: Zowel van voren als opzij gezien, zijn de achterbenen krachtig, stevig, correct gespierd en van een stevige beenderstructuur.

Krachtig gespierde dijen. De hoek tussen bekken en dij is circa 100 graden. De hoek tussen dijbeen en onderbeen is circa 130 graden.

Middenvoeten: Van opzij gezien staat de middenvoet bijna in het verlengde van de onderarm en is van een stevige structuur.

Voeten: De voorvoeten zijn zogenaamde kattenvoeten met goed gesloten tenen. Stevige, hoge en goed gebogen teenkootjes en stevige voetzolen.

De huid tussen de teenkussens is gemiddeld ontwikkeld en voorzien van vacht.

De achtervoeten zijn lichte kattenvoeten, iets langer dan de voorvoeten. Met mogelijk enkele of dubbele Hubertusklauwen ( niet verplicht). Bij gelijke kwaliteit gaat de voorkeur uit naar symmetrische Hubertusklauwen aan de achterbenen.

 Beweging: De gang waarnaar de voorkeur uit gaat is de draf. Deze moet harmonieus zijn, krachtig en elegant zonder de neiging schuin of in telgang te gaan.

Huid : De huid is elastisch, dik, roze van kleur met donkere pigmentatie. De slijmvliezen zijn zwart.

Vacht : De vacht is dicht, overvloedig, niet te lang. De vacht moet grof en niet wollig zijn.

De ideale gemiddelde lengte meet op het midden van de ruglijn circa 6 – 9 cm. De vacht is langer op de schouders, de hals, onder de buik en op de achterzijde van de benen ( de zogenaamde broek), net als overigens in de staartpluim, waar de haarstructuur niet zo grof is als op de rest van het lichaam.

Baïla

Kleur : Wit in zijn geheel en altijd met een duidelijk masker. Er komen wel vlekken van dezelfde kleur als het masker, verspreid over het lichaam voor. Deze vlekken zijn onregelmatig of in de vorm van een mantel, maar steeds met een duidelijke omlijning.

De oren zijn altijd gekleurd. De punt van de staart en het uiteinde van de benen zijn altijd wit.

De kleuren die het meest worden gewaardeerd zijn in volgorde van voorkeur: zuiver wit (sneeuwwit) met vlekken, middengrijs, intens goudgeel, bruin, zwart, zilvergrijs, helder beige,
wildkleurig geel, gemarmerd.
Driekleurige of geheel witte honden zijn ongewenst. Vlekken van de kleur rood ( zoals het St. Bernardrood) en een gelig-witte grondkleur zijn ongewenst.

Grootte : Er is geen maximum hoogte. Als de kwaliteit van de honden gelijk is dan gaat de voorkeur uit naar de grootste hond.

Reuen minimaal: 77 cm Teven minimaal: 72 cm.

Veelal overschrijdt deze echter de 81 cm voor reuen en de 75 cm voor teven. Dit is zeer gewenst.

Fouten

Elke afwijking van de voorgaande punten moet als een fout worden gezien. De beoordeling van de ernst van de fout moet in verhouding staan tot de mate waarin zich de fout voordoet.

Lichte fouten:

a. Neusrug licht gewelfd, gezien van de zijkant.
b. Tanggebit. Afwezige premolaren.
c. Rugbelijning niet recht. Golvende, rollende beweging in stap, maar niet overdreven.
d. Vacht licht golvend; vacht iets langer dan 9 cm. op het midden van de rug.
e. Heel licht verlegen temperament.

Ernstige fouten:

a. In het algemeen “miezerig” en slungelig.
b. Voorsnuit te spits of te stomp.
c. Lichte overbeet.
d. Afwezigheid van verschillende premolaren en molaren, indien afwezigheid niet te wijten valt aan een ongeval.
e. Lichte fouten in de aansluiting van de snijtanden.
f. Gecoupeerde oren.
g. Zadelrug.
h. Ernstig overbouwd.
i. Staart over de rug gedragen, te weinig pluim, afwezigheid van de haak aan het eind van de staart, gecoupeerde staart.
j. Ledematen niet recht.
k. In het algemeen zwakke koot en voeten, zowel in voor- als achterhand.
l. Koehakkig, in stand of in beweging.
m. Uitzwaaiende ledematen tijdens gaan.
n. Vacht erg golvend of krullend; vacht op midden gedeelte van de rug iets korter dan 6 cm.
of langer dan 11 cm.
o. Geen vlekpatroon op oren.
p. In het algemeen onevenwichtig temperament.

Diskwalificerende fouten:

a. Te verlegen, timide of agresieve hond.
b. Pigmentloze neus of slijmvliezen in de mond.
c. Gespleten neus.
d. Ernstige onder- of overbeet.
e. Vacht op midden gedeelte van de rug slechts 4 cm lang of korter, of langer dan 13 cm.
f. Afwezigheid van de witte kleur, afwezige witte staartpunt en witte onderbenen.
g. Zuivere witte vacht, afwezigheid van masker.
h. Vlekken niet duidelijk begrensd en met weinig contrast ten opzichte van de basiskleur, wat duidt op vermenging met een ander ras.
i. Iedere hond die duidelijke lichamelijke- of gedrags afwijkingen vertoond, zal worden gediskwalificeerd.

N.B. De reuen moeten twee normaal ontwikkelde, volledig in het scrotum ingedaalde testikels hebben.


Met dank aan Renee van Gessel voor hulp bij de vertaling.